De dromer verdwaalt niet
door Mischa Andriessen
"I hate all things that are not like me
and all the things I haven't got are god to me"
Arshile Gorky
1
De tekst van Gorky gebruikte ik ooit als motto voor een reeks observaties en mijmeringen die ik onder de noemer 'splinterdicht' met elkaar verbond. Verder probeerde ik elke verdenking van samenhang verre van me te houden; het waren snapshots die ik door ze toevallig onder elkaar te plaatsen met elkaar linkte. Die zin van Gorky riep iets in mij wakker, ik voelde een zekere verbondenheid met de kunstenaar waarvan ik enkel wist dat hij Armeens was en zelfmoord had gepleegd (wat het betekent om Armeens te zijn, kon ik toen al helemaal niet bevroedden). Zijn bekendste en misschien ook wel mooiste werk heet "The liver is the cocks's comb". Ook dat is een observatie, zij het een onbegrijpelijke. Al mijn goede bedoelingen ten spijt, was het een vreemde en zelfs verkeerde keuze om deze tekst te plaatsen boven mijn uitsnedes uit de realiteit. De realiteit heeft sowieso een beetje afgedaan in mijn werk, dat heet; ik werk eraan mijn werk realistischer te laten zijn dan de realiteit zelf. Zoals bekend schiet die namelijk ernstig tekort.
2
Deze tekst gaat noch over Arshile Gorky noch over mijzelf, maar toch had ik dit opstapje nodig om tot het werk van B.C. Epker door te dringen, wat op zich al moeilijk genoeg is, want B.C. Epker maakt het de beschouwer van zijn beeldend werk nooit eenvoudig. Echter in tegenstelling tot de schilderijen van Arshile Gorky lijken zijn tekeningen, aquarellen en schilderingen wel toegankelijk. Gorky's kleuren en vormen zijn een hevige transformatie van een werkelijkheid, want al is Gorky's uitgangs- punt reeds subjectief, het eindresultaat is puur persoonlijk, dat heet navoelbaar maar nooit begrijpelijk. Bij Epker ligt dat geheel anders. We herkennen de personages; de droomfiguren, de dieren, de landschappen waarin ze figureren. Ook de symboliek die hen aankleeft, is ons niet onbekend; we zien de heroiek in zijn stier Bertus, in de fiere pelikaan die hij schiep voor het hoesje van de rockband Hobson's Choice. Hij toont ons duidelijk zijn fascinaties, z'n roots; de verhalen van grootvader, de hoekfiguren van oude tegels, de al dan niet vrijpostige boerinnen, de natuur van zijn Friesland. Het is overduidelijk werk dat de reminiscentie oproept met gebruiksvoorwerpen, potten, pannen, wandtegels, uit de tijd dat er nog aandacht was voor versiering, toen schoonheid en nut onlosmakelijk verbonden waren. Toch (en dit zal niet als een verassing komen) is dat slecht de blootgelegde voedingsbodem, een heimelijke blik in het atelier van de kunstenaar. Hij legt z'n herinneringen, z'n voorbeelden, zo u wilt op tafel en zegt: "kijk maar wat ik hiermee doe". Inderdaad transformatie; de mens verdwijnt in de droom, maar blijft zichtbaar zoals dat in dromen gaat; voortdurende herkenning, maar vengoed vervreemding, want aan deze context zijn we niet gewoon. Vandaar ook het constante verhaspelen van de taal, de met opzet neergeschreven versprekingen. We weten wat er bedoeld wordt, echter het staat er niet, hetgeen weer de vraag oproept of we dan wel daadwerkelijk begrijpen wat er bedoeld wordt. Epker legt doelbewust verschillende lagen in zijn werk aan, die elkaar steeds lijken weg te drukken. De keuze voor een van hen is onmogelijk, want ze bestaan naast en dankzij elkaar.
Soms lijkt de droom
te overheersen, soms de werkelijkheid, maar uiteindelijk zijn ze even sterk,
zoals we bij het ontwaken vaak al niet meer
weten of iets gedroomd dan
wel werkelijk
beleefd hebben en dat is natuurlijk precies wat
het werk zegt; je hebt het hoe dan ook beleefd
of het nu verbeelding was of niet. Bovendien
gaan de werken onderling op den duur ook een
verbond aan; in de figuren komen altijd weer
eerdere personages terug, wanneer niet zozeer
De tekst van Gorky gebruikte ik ooit als motto
in hun fysieke hoedanigheid dan toch in hun
symboliek. Schijn bedriegt niet, niet hier. Wie
z'n intuitie volgt, begrijpt het werk tamelijk
snel. Zoals kinderen dingen instinctief begrijpen.
Ik weet dat B.C. Epker, net als ik, van Lucebert
houdt, de verwantschap is soms ook in de
vormen, de grilligheid van de lijnen en in
de
geschetste taferelen te herkennen, maar dit
berust hoofdzakelijk op toevalligheid. Het is
de accurate spontaniteit die ze gemeen hebben,
niet
de taal of het handschrift. Dat diverse personages meermaals terugkeren
is geen gemakzucht. Wie goed kijkt, zal zien dat ze verschillende hoedanigheden aannemen, met andere woorden
een steeds andere symboliek verbeelden;
de
melkmeisjes zijn afwisselend braaf of geil, de
stieren stoer of kwetsbaar, verdwaald. De dromer
echter (en Epker is er een) verdwaalt nimmer
omdat hij weer dat zijn wereld voor sommigen dan wellicht niet de ware mag zijn, maar toch zo
overduidelijk herkenbaar is. Wie zich zoals Epker
openstelt voor de heimelijke wetten die daar
gelden, weet dat er in dit landschap eindeloos
gedwaald kan worden zonder dat er broodkruimels gestrooid hoeven te worden. De kunstenaar (en de beschouwer die dezelfde wetten
kent) komt altijd weer thuis omdat hij thuis begonnen is. Hij kan alleen verdwalen als hij zich
teveel op zijn kennis en kunde en te weinig op
zijn intuitie verlaat. Het werk heeft altijd betekenis.
Omdat het zonder begint en niet bang is onderweg nieuwe ervaringen op te doen. Bij de eerste
beschouwing is de herkenning er al,
het is enkel
een kwestie van zich de vervreemding meester
maken.

The Liver is the Cock's Comb
Arshile Gorky
English
Publications:
- Paradise lost/regained*
- The empty Sky of B.C. Epker
Articles:
- Ruins of the battlefield
- Shimmergift
- The dreamer doesn't get lost
Press:
- Review Volkskrant (Dutch)
Dutch
Pulicaties:
- Paradise lost/regained*
- De lege hemel van B.C. Epker
Artlkelen:
- De ruines van het slagveld
- Schemergift
- De dromer verdwaalt niet
- Paradise Lost
Recensies:
- Volkskrant
German
Artlkel:
- Paradise Lost