Schemergift
door Mischa Andriessen
I
Een jaar of vijftien geleden kampeerde ik met een
aantal vrienden in een bosje achter een fabrieksterrein in de Vlaamse plaats Oostmalle. Ons geld
was op, zodoende hadden we een plek gezocht
waar we de tenten verdekt op konden zetten. We
zaten in een kring rond de gasbrander en de leeggegeten borden, het enige licht kwam van de
schijnwerpers die het bedrijf belichtten en een
blauw- groene schemering over ons en de tenten
wierpen. Het zal ons geweten zijn geweest, maar
in elk geval hadden we bij voortduring het idee
iemand in het bosje te horen. Een idee dat naarmate de duisternis zich meer opdrong, sterker
werd. Als kleine kinderen stelden we ons zelf
gerust: Ik verbeeld het me maar.
We waren stuk
voor stuk het voorval vergeten toen we, weken
later, bijeen kwamen om de vakantiefoto's te bekijken. Op zeker moment sloeg
de schrik me om
het hart: achter een van de tenten stond een
figuur van bovengemiddelde lengte,
met een maanvormig gezicht als elke boze tovenaar
in een kinderboek. Ik liet de foto aan mijn vrienden
zien.
Allemaal zagen we de schimmige figuur die
ons destijds zo lang wakker
had gehouden.
II
De demoon heeft in de loop der geschiedenis een
hoop krediet moeten inleveren; begonnen als god-
heid werd hij van halfgod tot geest om vervolgens
als representant van het kwaad te eindigen. Het is
met name
het christendom geweest dat voor die
ontwikkeling verantwoordelijk is geweest. Anders
dan in de heidense geloven werd in de christelijke
leer een volstrekte tweedeling tussen goed en
kwaad opgevoerd. Bovendien kon alleen in het
goede schoonheid worden gevonden.
De Romantische kunstenaars kwamen tegen de mores in
verzet en zij zochten de schoonheid steeds vaker
in de ongrijpbare wereld der demonen. Met de
ontkerkelijking is deze zogeheten zwarte romantiek
goeddeels teloorgegaan. Ze is gebleven in de horrorfilm en in bepaalde soorten popmuziek, maar het is
niet langer een progressieve beweging. De Romantici
en hun opvolgers de decadenten, die nog een stap
verder gingen, hebben getracht het ouderwetse
ritueel van de angst beteugelen door haar
te tergen,
terug in de dagelijkse gang te krijgen. Nu beide oppo-
nenten een marginale rol spelen, zijn angst en agressie ongrijpbare emoties geworden, omdat ze niet
kunnen worden gekanaliseerd. Het kwaad is in onze
verbeelding veelal het onbekende.
Dat is wat het
christendom ons heeft geleerd, de heiden wist zich
met het ongewisse beter raad.
In zijn met brille geschreven boek "Het Fotografisch Genoegen" gaat
Arjen Mulder in op de grotschilderingen zoals
de prehistorische mens die bijvoorbeeld in Lascaux
achterliet. De interpretaties zijn legio. Er bestaat
een theorie dat de sjamaan zich destijds terugtrok
in de grot met afbeeldingen en aldaar veranderde in
de verschillende diersoorten om ermee te paren ten
einde er kuddes van tot leven te brengen, waarop
vervolgens gejaagd kon worden.
De metamorfose is
een manier (geweest) om te overleven, maar ook
een die tot leven bracht. Gregor Samsa de ongelukkige protagonist uit Kafka's beroemde verhaal "De gedaanteverwisseling", ontsnapte niet alleen
aan zijn oude bestaan, hij bracht er een nieuwe
vorm voor terug, een nieuwe vorm die zoals alles
dat nieuw is verwarring wekt. Maar ook herkenning; "Alleen wat onmenselijk is, is in staat ons te laten
samenvallen met onszelf".
Arjen Mulder geeft nog
een andere steekhoudende observatie. Hij beweert
dat wij, in ons kijken vaak volledig voorgeprogrammeerd door de mediale blik, juist in directe confrontatie met de natuur, ik geef ter illustratie mijn favoriete beeld uit de natuur; een in zijn wachten
bevroren reiger aan de rand van de sloot, een ervaring van onmiddellijke nu-heid beleven.
In de
fotografische werken van B.C. Epker smeden die
twee ervaringen een complot. In veel foto's vormt
het natuurlandschap de achtergrond, het decor
waarin de metamorfose plaats vindt. Zelfs wanneer
het decor de huiskamer of het electriciteitshuisje bij
de spoorweg is, verandert dit niets aan de uitdrukking; iets wordt uit de werkelijkheid gelicht om het werkelijk te maken. Epker voegt daar nog wat aan
toe; iets wordt uit de fantastie gelicht om het werkelijk te maken, fantasie wordt deels werkelijkheid.
De demonen krijgen een voorkomen.
De schemer
een gezicht.
III
Op een foto uit een wat oudere reeks die B.C. Epker
maakte, staat een kleine, geheel in donkerblauw gekleedde figuur naast een voornamelijk witte tekening
van de kunstenaar. Achter de tekening op een houten statief, hangt een witte sluier, die aan de bovenkant tot een dikke knot is vastgeknoopt. Het figuur,
een meisje, heeft lang, krullend haar dat door een
rozerood kapje bijeengehouden wordt. Ze staart
naar links, haar linkerarm lijkt verdwenen. Het kan
zijn dat de linkerarm het statief stut, het statief dat
daarmee iets van een speer, zoals het meisje iets
van een bewaker krijgt. Persephone, de brengster
van vernietiging en heerser over hades of
is het de
beschermster der kunsten; Athena?
Naast iets afschrikwekkends, waarschijnlijk het onduidbare, gaat
er iets geruststellends van de foto uit. De strakke blik
van het meisje is precies tegengesteld aan het open
vizier waarmee de manspersoon op de tekening ons
tegemoet treedt.
IV
Er bestaat een legende dat een blanke geleerde Yacoub, een voorbeeld van het kwade genie zoals dat in de Gothic novel, het summum van Zwarte Romantiek (denk aan Frankenstein), veelvuldig als personage werd gebruikt, op het Griekse eiland Patmos de tijd uitvond en daarmee het onheil in de wereld bracht. Wat mij altijd gefascineerd heeft in het werk van B.C. Epker is dat zijn tekeningen en etsen altijd boordevol beweging waren, maar dat daarin tijd nooit een rol leek te spelen. In de foto's die ik tot dusver heb gezien, zijn zowel beweging als tijd volledig tot stilstand gebracht. Daarmee wordt een dreiging geëvoceerd, ze zijn zo stil, dat er wel iets moet gaan gebeuren. Nog onrustbarender wordt het wanneer je je bedenkt dat er eigenlijk geen aanleiding is om het vreselijke te verwachten. We zien kinderen met maskers in een strak geënsceneerde pose. Het is de onmetelijke kracht van Epkers werk dat ik de clou weg kan geven, zonder iets op die ervaring te beknibbelen. Ik ken iedereen op die foto's, toch bekruipt me dat onrustbarende gevoel dat zo vertrouwd is; het lezen onder de dekens, je voor vrienden groot houden bij het kijken van een horrorfilm en ondertussen niet alleen duizend doden sterven, maar ook weten dat zij hetzelfde doen.
V
De Spaanse schrijver Javier Marías heeft ooit over
de literatuur die hij interessant vond gezegd dat
zij het volgende gemeen had: "ze vertelt niet het
welbekende, maar het uitsluitend gekende en tegelijkertijd niet gekende. Zonder het te kunnen
verklaren, vertelt ze het mysterie".
De foto met de
schimmige gedaante heb ik niet meer in mijn bezit.
Toch weet ik zeker dat hij, hoewel ik het beeld met
mijn vrienden heb gereconstrueerd; een regenjas
aan een waslijn, het schijnsel van een lamp in de
sturen van onze fietsen samengebald tot het maan-
sikkelvormig gezicht dat ons zoveel schrik aan joeg,
me nog steeds niet onberoerd zou laten. Het verstand is een slechte raadgever als de ervaring zich
in alle hevigheid geopenbaard heeft.

English
Publications:
- Paradise lost/regained*
- The empty Sky of B.C. Epker
Articles:
- Ruins of the battlefield
- Shimmergift
- The dreamer doesn't get lost
Press:
- Review Volkskrant (Dutch)
Dutch
Pulicaties:
- Paradise lost/regained*
- De lege hemel van B.C. Epker
Artlkelen:
- De ruines van het slagveld
- Schemergift
- De dromer verdwaalt niet
- Paradise Lost
Recensies:
- Volkskrant
German
Artlkel:
- Paradise Lost